Ieder mens is verbonden in een systeem. Dit systeem kan bestaan uit collega’s, mensen op je
sportvereniging, buren, vrienden. Eigenlijk iedere groep of groepen waarin we ons bevinden en bewegen. Een heel speciale groep is het oorspronkelijk gezin of de familie waar ieder van ons uit voortkomt. Dit wordt ook wel het systeem van herkomst
genoemd en dit bepaalt veel van onze gedragingen, patronen en overtuigingen in ons dagelijks leven. komen voort uit
deze systemen, met het systeem van oorsprong als een van de sterkste grondleggers. Uiteraard zijn deze gedragingen en patronen niet allemaal negatief. Ze hebben er ook voor gezorgd dat je op een of andere manier in het systeem van herkomst hebt gepast.
Er zijn drie belangrijke basisregels binnen het systemisch werk:
  - Binding. Iedereen heeft recht op een plek in het systeem
  - Volgorde. Alle plekken staan in een rangorde ten opzichte van elkaar
  - Geven en nemen. Geven en nemen dienen evenredig in balans te zijn
Belangrijk in een familiesysteem is de binding met het systeem van herkomst. Zodra een van de basisregels binnen het
systeem verstoord raakt, ontstaan dynamieken, die ervoor zorgen dat je, vaak onbewust, je gedrag aanpast om een nieuw evenwicht binnen het systeem te bereiken.
Voorbeelden van dynamieken zijn:
- Iets dragen voor een ander
- Van je plek afgaan; bijvoorbeeld de plek van een ouder of een kind innemen
- Iemand volgen die is buitengesloten
- Schuld en onschuld
Vanuit deze dynamieken kunnen de volgende symptomen ontstaan in ons dagelijks leven.
- Angst
- Onzekerheid
- Streberigheid (of streberig gedrag)
- Niet productief gedrag
- Enzovoort
Door middel van een opstelling krijg je inzicht in deze dynamieken en kan er herstel plaats vinden. Op deze wijze komt het veld weer tot rust.